Verslag van de busreis naar Nederland.
Op 2 augustus organiseerde het buurtcomité uit het hartje van de rosse buurt Antwerpen, een busuitstap naar Nederland. De bedoeling was om na te gaan welke ervaringen er zijn in Nederland met wijken met prostitutie, welke verschillende maatregelen genomen zijn in verschillende steden, en welk resultaat deze hebben gehad.
|
|
We kozen Arnhem en Amsterdam uit om te gaan bezoeken. Arnhem vanwege het feit, dat we iets meer wilden te weten komen over de plannen van de heer Lohman aldaar, en de ervaringen hiermee ter plaatse. Aanvankelijk hadden we graag met het gemeentebestuur en de politie gepraat, maar dat bleek op zo korte termijn niet mogelijk. |
De heer Lohman contacteerden we inderdaad bijzonder laat, waardoor ook met hem geen afspraak kon geregeld worden. We hadden echter wel de indruk dat hij zijn best had gedaan om alsnog iets te regelen, uiteindelijk belde hij ons op met de belofte om spoedig eens af te spreken in Antwerpen zelf, om het beleid in Arnhem en ook de mogelijkheden in Antwerpen te bespreken.
De heer Lohman zetelt in het gemeente bestuur van Arnhem, en houdt zich daar onder andere bezig met de reorganisatie van de prostitutiebuurt. Hij werd onlangs ook aangetrokken door het gemeentebestuur van Antwerpen, om het Antwerpse schipperskwartier onder de loep te nemen. Op het eerste zicht vinden we in zijn benadering twee zaken positief ten eerste wil hij werken via overleg met alle betrokken partijen, en ten tweede pleit hij voor een duidelijke visie en een degelijke totaaloplossing op lange termijn. Wat hij heel concreet van plan is, hopen we preciezer te weten te komen na een gesprek met hem zelf
Ondertussen willen we onze eigen visie verder uitwerken op basis van informatie en ervaringen met beleid rond dit punt in andere steden. Nederland heeft met de problematiek meer ervaring, en we hopen hieruit iets te kunnen leren.
Ondanks het feit dat afspraken met mensen in Arnhem niet meer geregeld konden worden, besloten we toch deze stad te bezoeken om een idee te krijgen van de sfeer in de prostitutiebuurt daar, en we hoopten op toevallige gesprekken met de mensen uit de buurt, zodat we konden polsen naar hun ervaringen met het gemeentebeleid, en hun mening hierover.
Het bezoek aan Arnhem
Rond elf uur voor de middag arriveerden we in Arnhem. Het spijkerkwartier bleek niet moeilijk te vinden, het bevindt zich vrij centraal, omringd door woonwijken.
In dit opzicht gelijkt de situatie inderdaad op die in Antwerpen. Wat ons wel opviel was een ietwat grimmige en ongezellige sfeer in de prostitutiebuurt zelf.
Opvallend aan deze buurt was het feit dat er buiten prostitutieramen zogoed als niks anders was, dit gaf de buurt een trieste aanblik. Dit stond in schril contrast met de nabijgelegen woonwijk, waar net een rommelmarkt georganiseerd werd door de buurtbewoners. Het buurthuis, gelegen in de woonwijk was helaas gesloten, maar in de prostitutiebuurt zelf, werden we naar een winkeltje doorverwezen. De uitbater zou reeds dertig jaar de buurt kennen, en zelf ook eigenaar van verschillende prostitutiepanden zijn. En inderdaad, de man in kwestie wou graag zijn verhaal kwijt.
Het verhaal van Rudy Kousbroek
|
"De heer Lohman komt heel joviaal over, wil zogezegd bemiddelen tussen ons en de gemeente, maar let op, hij werkt voor de gemeente, hij wordt door de gemeente goed betaald voor de stapels rapporten die hij schrijft, en uiteindelijk doet hij precies wat de gemeente van hem vraagt." De man die dit vertelt heet Rudy Kousbroek, hij hoeft niet lang na te denken om zich een mening te vormen, dit heeft hij voor- |
|
heen duidelijk reeds gedaan. We vragen naar de details van het verhaal en even vlot gaat hij door. De gemeente heeft een voorkeursrecht genomen op prostitutiepanden, wat wil zeggen dat indien een eigenaar deze verkoopt, hij ze eerst aan de gemeente moet aanbieden, en die hebben dan de eerste keus om te kopen. Hierover is Rudy Kousbroek niet te spreken, voor twee van zijn panden heeft hij een koper die meer biedt, maar van de gemeente mag hij niet verkopen. Over de heer Lohman ook klachten? Waarom? De heer Lohman zou aanvankelijk de koers gevaren hebben van centralisatie van prostitutie in een aantal straten, hiermee ligt hij op gelijke lijn als het gemeentebestuur van Antwerpen. Hij zou de uitbaters van prostitutiepanden beloftes gedaan hebben dat indien ze naar de prostitutiestraten zouden trekken, ze daar dan ook zouden mogen blijven. Velen gingen op dit voorstel in, het gevolg was steeds toenemende centralisatie van prostitutie. Maar nadien wilde de gemeente de prostitutie uiteindelijk buiten de stad te willen verplaatsen.
Een industrieterrein buiten de stad bleek een van de voorstellen te zijn Rudy Kousbroek:
"Dit kan toch nooit werken, stel je voor, in een industrieterrein, alsof de meisjes een fabriek zijn, waarschijnlijk zullen ze daar niet eens willen werken, en zonder prostituees geen prostitutie. Bovendien is prostitutie een deel van de samenleving, en hoort dus gewoon in de stad. Democratisch is een locatie buiten de stad al evenmin, want je moet een wagen hebben om er te geraken, terwijl nu een hoop klanten met hun fiets langskomen."
De heer Kousbroeks argumenten leken ons redelijk, en we waren een beetje ontgoocheld over de samenwerking in Arnhem tussen gemeente en prostitutiesector, blijkbaar verliep het niet zo vlot als we hadden gehoopt. We waren wel blij om in het Arnhemse prostitutie milieu contact gemaakt te hebben, adressen werden uitgewisseld. Wel betreurden we slechts een klok te hebben horen luiden, het buurthuis was gesloten, en de gemeente wou ons wel ontvangen, maar ten vroegste m september. Onze hoop is nog steeds gericht op de ontmoeting met de heer Lohman, deze maand in Antwerpen.
Op weg naar Amsterdam
We moesten voortmaken om tijdig in Amsterdam te geraken, waar we om 2 uur met Sietske Altink van de "Rode Draad" waren Afgesproken.
|
|
Onderweg werd er gegeten in een baanrestaurant, en we zetten onze reis voort. Het verkeer vlotte niet echt, en we liepen steeds meer achter op ons tijdsschema, we kwamen dan ook veel te laat in Amsterdam, we verwittigden Sietske, en gelukkig bleef die geduldig wachten op ons. We zijn hiervoor heel dankbaar, en trekken ook een les voor de |
organisatie van een zo lange reis: meer tijdsmarges incalculeren.
Ons bezoek aan de rode draad.
Sietske Altink ontvangt ons met open armen, limonade en koffie.
Ze begint te vertellen: de rode draad is een organisatie, tien jaar geleden opgestart als een zelfhulpgroep voor prostituees.
Momenteel tracht de rode draad vooral als drukkingsgroep in het prostitutiedebat te bepleiten dat positieverbetering van de prostituees, een centraal punt moet zijn in het beleid voor overlastbestrijding. Eveneens moet de recente opheffing van het bordeelverbod in Nederland, in praktijk eveneens leiden tot een positieverbetering van de prostituee, in dit verband nam de rode draad ook vroeger reeds deel aan de hoerencongressen in Utrecht en Brussel in ‘86, Als hoerenvakbond bereikten ze de afschaffing van politieregistratie van prostituees, door intensieve informatie vermeden ze ten tijde van de aidsgolf dat de prostituee gestigmatiseerd werd als verspreider van aids, namen deel aan het recente debat in de tweede kamer rond legalisatie van prostitutie, en werken intensief samen met de gemeente in de uitwerking van het toekennen van vergunningen voor bordelen op bepaalde voorwaarden.
We vragen naar het beleid in Arnhem en de rol van de Heer
Lohman hierin. Sietske kent de persoon in kwestie, en betreurt uitgesproken één feit: in de heer Lohmans plannen is de positieverbetering van de prostituee niet opgenomen.
Verder vertelt ze nog enkele algemene zaken over het prostitutiebeleid in Arnhem, de prijzen van de prostitutie kamers liggen er voor haar veel te hoog, We vragen wat ze als een goede richtprijs voor een kamer beschouwt. Volgens Sietske moeten die op ongeveer dezelfde lijn liggen als de prijs van een gewone hotelkamer. In Amsterdam variëren de prijzen van een prostitutiekamer nu momenteel van 80 tot 175 gulden per dag.
Over Arnhem wist ze vooral te vertellen dat de gemeente tracht de prostitutie te centraliseren binnen een klein gebied, en dat Arnhem vooral te kampen heeft met drugoverlast.
Centralisatie van prostitutie is volgens Sietske nooit goed, want die leidt tot een monocultuur, wat de doorzichtigheid niet ten goede komt. Deze doorzichtigheid is belangrijk, ook in het bestrijden van excessen binnen de sector, en wordt slechts bereikt wanneer de prostitutie vermengd is met de rest van de buurt. Den Haag geeft ze als voorbeeld van hoe het niet moet, daar is zichtbare prostitutie uit de stad geweerd, dit plan ging uit van het ministerie van verkeer, en minister Lenferink tracht niet zichtbare prostitutie te stimuleren, zoals escort e.d., dit is vragen om een ghetto.
Ook in Rotterdam werd een poging gedaan de prostitutie buiten de stad te plaatsen, en ook dit werd een grote mislukking, men wilde alles binnen een eroscentrum plaatsen, dit centrum kwam m handen van een aantal gokkoningen, de politie moest tussenkomen. Bovendien kregen de omringende bedrijven lucht van het aankomende eroscentrum en dwarsboomden de komst ervan, hoewel de officiële versie luidt dat dit project is stukgelopen op het bestaande bordeelverbod. Een ander voorstel om de prostitutie te verplaatsen naar de Rijnhal, een sportcentrum, werd al bij voorbaat afgeketst.
In Utrecht wordt het door de monopoliepositie van de sexbaas daar mogelijk om "sleutelgeld" te vragen aan de prostituee.
De rode draad verzet zich tegen al deze centralisatiepogingen, want monoculturen leiden tot monopolieposities, wat bij voorbaat de positieverbetering van de prostituee uitsluit, en georganiseerde misdaad aantrekt.
Dit soort centralisatiepogingen is een typisch gevolg van overlastbestrijding waarbij met de prostituee geen rekening wordt gehouden.
De rode draad ziet als mogelijkheid, zich te beroepen op de Europese wet op mededinging, om het monopolie posities binnen de seksindustrie te bestrijden. Een alternatief voor deze monoculturen is een goede samenwerking met de vermaaksindustrie, o.a. de horeca, winkels enz...
Alleen een gemengde buurt geeft garantie op veiligheid, dus in een prostitutiebuurt moet er evenwicht zijn tussen verschillende groepen. Een monocultuur wordt volgens verschillende sociologische studies geprivatiseerd door randgroepen, wat tot criminaliteit leidt, en prostitutie gedijt helemaal niet in criminele buurten, de klanten, en tenslotte ook de meisjes blijven er weg. In dit verband verwijst Sietske naar een boek van Cohen. Overlastbestrijding mag nooit een excuus worden om prostitutie te centraliseren, overlastbestrijding kan slechts via integratie van prostitutie in de omgeving.
We vragen naar hoe een wildgroei aan bordelen en verkrotting door de gemeente dan wel kan worden tegengegaan. Sietske vertelt dat men dit in Amsterdam o.a. doet door het vergunningsstelsel, wie niet in orde is met de voorschriften, kan niet open blijven. Deze mogelijkheid werd geschapen mede door de opheffing van het bordeelverbod in Nederland.
We vragen ook Sietskes' mening over wat een goede kamer zeker moet hebben, en ze noemt brandveiligheid, hygiëne, ruimte en opbergkluisjes. De discussie over de vraag of de vergunning aan een persoon of aan een pand moet gebonden zijn, is nog steeds aan de gang: Kan iemand met een strafblad een vergunning bekomen, en hoe wordt het werken met een stroman voorkomen? Na al deze nuttige informatie, neemt de wijkagent ons mee naar de volgende afspraak: het prostitutie informatie centrum.
Een wandeling door de buurt
We worden door de wijkagent langs de walletjes geleid, gezelligheid is er troef, veel mensen vandaag, het is er feest, een soort roze Zaterdag, en vooral een opvallend leuke sfeer.
Onderweg vertelt de wijkagent: de rosse buurt van Amsterdam beslaat ongeveer een vierkante kilometer, er zijn ongeveer 320 ramen, verdeeld over een 120 panden. Buiten deze zone zijn er nog een 20 bordelen zuidwaarts, en een 40 tal aan de andere kant.
Binnen deze buurt bevinden zich twee politiebureaus, en er zijn altijd, ook s' nachts, minimum 10 à 20 politiemensen ter plaatse aanwezig. Maar wat betreft de overlast zegt hij lachend: "Wanneer je optelt hoeveel bordelen, kroegen en coffeeshops er hier zijn, samen met de verslaafdenpopulatie, zou je moeten denken dat deze buurt onleefbaar is, maar het tegendeel is waar, kijk, hier bijvoorbeeld bouwen ze tussen twee hoerenkasten in een kinderdagverblijf, en dat vormt geen enkel probleem. Jullie zouden eens een aantal politiek verantwoorde mensen mee naar hier moeten nemen, vooral diegene die het hardst tegen prostitutie gekant zijn, om zelf eens te komen kijken naar deze buurt om te zien hoe het wel kan."
Het bezoek aan het Prostitutie Informatie Center
Een ex-prostituee staat ons hier gewillig te woord. Het is dan ook het doel van dit centrum om iedereen te woord te staan die inlichtingen of informatie wil omtrent prostitutie. Het centrum werd 5 jaar geleden opgericht door een prostituee die iets anders wou gaan doen, Mariska Majoor. Hun doelstelling is om prostitutie in de maatschappij geaccepteerd te zien als een beroep, en tevens duidelijkheid verschaffen omtrent vele misvattingen wat betreft de randfenomenen. De doelgroep is dan ook zeer divers: de prostituees zelf kunnen er terecht met hun problemen. Klanten komen er informeren naar safe-sex; hebben vragen omtrent het 'hoerenlopen' of kunnen enigszins problemen van meisjes doorgeven. Bij dit laatste moet men echter op zijn hoede blijven en het kaf van het koren scheiden. Zo zijn er wel mannen die zich laten verleiden tot avontuurlijke verhaaltjes van een meisje en zo met hun klacht bij het centrum komen - dikwijls zou het dan om vrouwenhandel gaan - achteraf blijkt het enkel een middel om de klant te binden. Zijn de klachten serieus, dan wordt men doorverwezen naar de politie. Verder komen er toeristen over de vloer, studenten die een werkje moeten maken en natuurlijk zijn er ook de talrijke journalisten.
Het centrum is een particulier-initiatief dat niet gesubsidieerd wordt door de stad en die dan ook niet aan belangenbehartiging doet; hoewel ze natuurlijk steeds opkomen voor hun ideaal, zijnde de legalisatie van prostitutie. Hun 'Pleasure Guide' dient in de eerste plaats om de kosten van dit centrum te dekken. Daarnaast wil het tijdschriftje aantonen hoe het goed functionerende deel van het vak in zijn werk gaat; dat deel waarin positieve normen en waarden zoals wederzijds respect een belangrijke rol speelt. Het tijdschriftje is ook in België verkrijgbaar!
Verder heeft het centrum een winkel waar folders, condooms, affiches, kaartjes, de buurtkrant, de werkkrant,... verkocht worden. De werkkrant is een krantje voor vrouwen en mannen die in de prostitutie werken en staat vol tips, nieuws en informatie. Dit krantje wordt in opdracht van het Prostitutie Informatie Centrum uitgevoerd. Verder hadden we nog een babbel over verschillende onderwerpen (natuurlijk steeds in verband met prostitutie). Zo hoorden we dat de raampjes allemaal uitgerust zijn met camerabewaking; dit op initiatief van de exploitanten zelf De camera's zijn gericht op de deuren, zo kunnen de meisjes wanneer ze problemen hadden met een klant de video-opname's laten doorsturen naar het politiebureau; 24 uur worden de beelden bewaard, daarna gewist. De mening omtrent de legalisatie van prostitutie ligt hier enigszins anders. Het centrum heeft schrik om het beroep te legaliseren daar dit de georganiseerde misdaad in de hand werkt. Zij hebben namelijk het grote geld en het kost hen dan ook geen moeite om de opgelegde renovaties die er zouden komen met de legalisatie, uit te voeren. Het is namelijk zo dat met de opheffing van het bordeelverbod de gemeente zelf het beleid mag gaan bepalen. Op zich is het centrum daar niet ongelukkig mee, gezien deze in Amsterdam zitten, waar het gemeentebestuur zeker niet de intentie heeft om de buurt te sluiten. In andere gemeenten kan dit natuurlijk in het nadeel spelen van de meisjes en de exploitanten.
Verder vertelde ze ons nog van een tippelzone; de eerst officiële tippelzone in Amsterdam. Die werd op 1 januari 1996 geopend. Deze kwam op een volledig desolate plaats waar niets anders te bespeuren valt, waar alleen tussen negen uur ‘s avonds en zes uur 's morgens gewerkt mag worden. Voor de klanten is de zone vrij gemakkelijk te bereiken met de auto; voor de prostituees echter is zelfs geen nachtbus ter beschikking. De angstaanjagende hekken om de zone heen zorgen er ook nog voor dat het grootste deel van de prostituees afkomstig zijn uit Zuid-Amerika en Oost-Europa, jawel, de illegale meisjes en transseksuelen. Deze illegalen worden meer en meer op de hielen gezeten door de zedenpolitie. Voorheen bestond er een speciale afdeling bij de politie die zich bezig hield met deze wijk en dus ook met de illegalen. Sedert de overdracht naar de zedenpolitie wordt het de illegalen bijna onmogelijk gemaakt om nog achter een raampje te zitten. We vroegen naar de reden van overheveling van diensten, maar hierop kon ze ons helaas geen antwoord geven.
Verder praten we nog wat over de leefbaarheid van de buurt waar kunstenaars, gezinnen en meisjes rustig samenleven. Het is een buurt in het hartje van het historisch centrum, waar ook vele panden een beschermd monument zijn. Een diversiteit van activiteiten valt op; er wordt gewoond, er zijn winkeltjes, een kerk,... waardoor gezelligheid troef is en de leefbaarheid wint. Zeker eens de moeite waard om binnen te springen wanneer men in de buurt is!
Het bezoek aan het plaatselijk politiebureel
Aangekomen op het politiebureel, worden we een zaaltje binnengeloodst, de wijkagent belt het buurtcomité van de Amsterdamse binnenstad op om straks ook nog iets te komen vertellen, en doet ondertussen het verhaal van de geschiedenis van de wijk uit de doeken:
|
|
De prostitutie in deze wijk is zo oud als de stad Amsterdam zelf, in de veertiende eeuw concentreerde het stadsbestuur de prostitutie rond de halssteeg en de vogelsteeg, de bazen van de bordelen waren toen de zogeheten "rakkers", een speciaal hiervoor opgerichte politie-eenheid, dus in feite waren dit verkapte gemeentebordelen. Toen in de achttiende eeuw de Fransen kwamen, werd de prosti- |
tutie strikt gereglementeerd, de prostituees moesten verplicht wekelijks naar de dokter, waren ze gezond, dan kregen ze een witte werkkaart en mochten ze werken, indien ze ziek bleken, werd deze kaart vervangen door een rode, en mochten ze niet meer werken. Met het vertrek van de Fransen werd deze reglementering weer afgeschaft. Na de tweede wereldoorlog, eind de jaren '50, trachtte de toenmalige officier van justitie de prostitutie uit te bannen, maar dit was puur politieke zelfmoord. Daarna werd de gemeente gedoog beschikking ingevoerd. In Amsterdam werd dit dan toegepast via een bestemmingsplan, waarin de bestemming van een pand wordt vastgelegd. Een bestemmingswijziging van een pand voor een bordeel, wordt alleen toegestaan indien een bordeelhouder zijn bordeel wil verplaatsen van de rand van de wijk naar het centrum, zo komen er geen bordelen bij, en wordt het evenwicht bewaard tussen de verschillende sectoren. Eind de jaren '60 kreeg de stad te kampen met een zwaar drugprobleem op de zeedijk, het stadsbestuur liet begaan, hoopte dat het probleem beperkt zou blijven tot de zeedijk, maar zoals het altijd gaat met concentraties, breidde het probleem snel uit, er kwam veel protest uit de buurt, en de junkies werden er verjaagd. De politie staat sindsdien geen concentraties meer toe. Hoewel de junkies blijven bestaan, en ze in praktijk van de ene naar de andere steeg worden gejaagd, is het probleem onder controle, en beperkt zich tot occasionele hinder zoals winkeldiefstal en zakkenrollen. Voor de rest is deze buurt redelijk clean te noemen.
Het belangrijkste punt om deze buurt leefbaar te houden, en zelfs aangenaam om er te wonen, is een goed overleg. De politie houdt maandelijks overleg met de buurt over de openbare orde, prostitutie, hasj, enz...
De verstandhouding met de gemeente is redelijk te noemen, hoewel de gemeente niet gelukkig is met het overleg, ze kan nu de verschillende groepen niet meer tegen elkaar uitspelen.
Maar het belangrijkste is bereikt: een toffe buurt, om dit te bereiken was overleg cruciaal.
We vragen hoe men in Amsterdam het probleem van de illegalen oplost. De wijkagent vertelt dat sinds kort men op het werk zich moet kunnen legitimeren, zodat van iedere prostituee papieren kunnen worden gevraagd, indien ze illegaal is, krijgt de uitbater van het bordeel een verwittiging, indien een bordeelhouder de derde maal betrapt wordt op het verhuren aan illegalen, moet hij sluiten. Het enige nadeel van dit systeem is, dat de handel in valse papieren floreert. Dit systeem kan trouwens ook alleen maar toegepast worden sinds de opheffing van het bordeelverbod, via het vergunningsstelsel voor bordelen. Het nadeel van het vergunningsstelsel is dat de kleinere huisbazen minder geneigd zijn veel te investeren, en hun huis soms gewoon verkopen. Dit is een spijtige evolutie, vroeger waren er een honderdtal verschillende hoerenbazen in de wijk, nu wordt hun aantal steeds kleiner.
We vragen hoe de stad de verkrotting tegengaat.
De wijkagent denkt dat de stad daar niks aan kan doen, buiten de buurt herwaarderen, zodat die in trek is, en dus economisch interessant. Twintig jaar geleden stonden hier veel krotten, meer nu het steeds beter gaat met de buurt, is het "in" om hier te wonen, de huishuren stijgen en de huisbazen renoveren automatisch hun panden.
Het buurtcomité uit de oude binnenstad, een afgevaardigde vertelt:
Het buurtcomité ontstond m de jaren '60- '70, naar aanleiding van het groeiende drugprobleem. Men wou het beleid bijsturen en voerde actie om aandacht te vragen voor het probleem: de raadszaal werd bezet, en aan het station werden 2000 autobanden in brand gestoken. Op die manier kreeg het buurtcomité wel aandacht, maar de acties werden steeds grimmiger, en uiteindelijk koos het buurtcomité de weg van het overleg via een buurtkrant. Deze krant werd enerzijds verspreid in de buurt, en anderzijds naar de gemeente gestuurd als drukkingsmiddel. Gek genoeg bleek dit veel efficiënter dan alle acties bijeen. In '94 werd een fotoboek uitgegeven naar aanleiding van het vijfjarig bestaan van het buurtcomité, we kregen een exemplaar gratis mee.
Mede dankzij het buurtcomité kwam er een herstel op gang in de buurt, er kwam meer hulpverlening, en een bijzonder uniek overleg kwam tot stand.
Op dit ogenblik is de krant van het comité volledig zelfbedruipend, dit via adverteerders die een jaarcontract afsluiten, er is zelfs een lange wachtlijst voor de adverteerders. De krant werkt met een 35 tal mensen, waarvan ongeveer twintig vast, en verschijnt driemaandelijks.
De leefbaarheid van de buurt blijft gegarandeerd door het evenwicht tussen de verschillende sectoren, dat behouden blijft via het bestemmingsplan, indien er een bestemmingswijziging wordt aangevraagd komt er een hoorzitting in de buurt. Ook kregen we een tip hoe een gemeente bordelen kan reglementeren, zonder in strijd te zijn met een bestaand nationaal bordeelverbod, als de Stad Antwerpen hierover raad nodig heeft, moeten ze die maar komen vragen, maar ja, dan moeten ze natuurlijk komen praten met het buurtcomité uit het hartje van de rosse buurt...
De terugreis.
Op de terugweg werd veel nagepraat, ook veel gelachen, en... de tombola verloot. We hadden hoop gekregen, een rosse buurt kan duidelijk heel wat anders zijn dan een verloederde broeihaard van criminaliteit en drugs.
Terug